Borstkanker een slopend proces

Borstkanker is een vorm van kanker die veel voorkomt. In 2018 telde Nederland 15.001 mensen die deze de diagnose kregen. Het overgrote deel hiervan is vrouw maar ook mannen blijven niet gespaard.  Hoewel de drempel om te sporten als je ernstig ziek bent hoog is, is het toch belangrijk om hier aandacht voor te hebben.

Voor Nederlandse vrouwen geldt dat zij een kans van één op zeven hebben om borstkanker te ontwikkelen. Vijftien procent krijgt deze ziekte dus, een onvoorstelbaar hoog percentage! De grootste groep is tussen de 60 en 74 jaar, maar ook op veel jongere leeftijd komt het in toenemende mate voor, zo blijkt uit cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland.  Omdat de groep zo groot is, wordt er veel onderzoek gedaan naar de oorzaak en behandeling van de ziekte. De invloed van sport op het proces van ziekte en genezing is een veelvoorkomend onderzoeks-item.

Mannen met borstkanker

Hoewel mannen maar weinig borstweefsel hebben, kunnen ook zij borstkanker ontwikkelen. Ongeveer 1% van de totale patiëntengroep is man. Voor hen is het risico op een fatale afloop groter dan voor vrouwen, dit komt doordat ze minder klierweefsel hebben waardoor de tumor zich relatief gezien sneller verspreidt. De behandeling van de ziekte verschilt in de basis weinig van die van vrouwen, een groot verschil ligt op het vlak van diagnostiek. Pink Ribbon spreekt van een ‘doctors and patient delay’; artsen en patiënten herkennen de ziekte in eerste instantie vaak niet als zodanig waardoor behandeling pas in een later stadium aanvangt. Gerichte informatie over borstkanker bij mannen is terug te vinden op deze website

Borstkanker fysio jansen deurne

Leven na borstkanker

Door vroege opsporing, is de prognose voor mensen die lijden aan deze ziekte sterk verbeterd in de afgelopen decennia. Jaarlijks sterven er zo’n 3000 Nederlandse vrouwen aan de gevolgen van borstkanker. Dat komt neer op 17% die de strijd niet wint. In 83% van de gevallen is er dus een leven na borstkanker! Voor wie overleeft zal het leven na de strijd anders zijn dan het ervoor was. Hoe hiermee om te gaan is een zoektocht.

Levensbedreigend ziek zijn en sporten

Kanker hebben is geen pretje, de ziekte op zich is energievretend en ook de behandeling is slopend. En als je daar dan middenin zit, is sporten wel het laatste waar je aan denkt. De meeste mensen die in het traject van ziekte en behandeling zitten zijn erg moe en daardoor geneigd rust te nemen om zo energie te sparen. Een volkomen logische reactie, maar is het ook de juiste?

 

Nee!

 

Daphne van Hove (50)  blogt over haar leven met borstkanker. Via deze blogs geeft ze een kijkje in haar bestaan met de ziekte. Ze geeft tekenende voorbeelden van wat borstkanker met je doet en van de gevolgen van niet bewegen tijdens de behandelperiode. Onze driedelige reeks over borstkanker is geïllustreerd met episodes uit Daphne ’s blogs:

 

“Mijn lichaam is zo vaak afgebroken door die chemokuren. En 2 operaties, 2 narcoses en een ruggenprik in een maand tijd, gaat je ook niet in de koude kleren zitten. Toch had ik niet verwacht dat ik lichamelijk zo op zou zijn. Want tot nu herstelde ik vrij snel van alles. Nu ben ik ernstig beperkt in wat ik kan. Dat is logisch na een borstamputatie met directe reconstructie. Ik snap dat de rechterkant van mijn bovenlichaam van zo’n zware operatie moet herstellen. Maar wat mij daarnaast tegenvalt is dat áls ik wat doe, ik daarna op ben. Bekaf. Al mijn energie voel ik dan uit mijn lichaam stromen. Dat is een tegenvaller, want dat had ik nog niet zo ervaren. Wel dat ik erg moe was. En weinig energie had. Maar dat je je doucht en aankleedt of een wasje in de wasmachine stopt en ophangt en dat je dan totaal op bent en je leeg voelt stromen …. dát heb ik nog niet zo ervaren.”

 

“Vorige week had ik een fittest bij de fysiotherapeut, één week na mijn laatste chemo. Ik wil mijn lichaam weer sterker maken. Weer sporten. En afvallen. Ik ben bij de fysio terechtgekomen voor oncologische revalidatie. Mijn lichaam heeft flink aan kracht ingeleverd. Zeven keer is mijn lichaam compleet afgebroken door zeer zware chemokuren. Zeven keer moest mijn lichaam alles weer opbouwen. Weet je wat dat aan energie voor je lichaam kost? Daarbij heb ik 5 maanden lang niet gesport. De uitslag van de fittest viel niet tegen. Ik had een score van 82%. Dat houdt in dat ik een fitheid heb van 82% van hetgeen gezonde vrouwen van mijn leeftijd en gewicht hebben. De fysio noemde het perfect. Op zich viel de uitslag mij ook mee. Maar ik merk een enorme achteruitgang in conditie en kracht. Dat komt omdat ik als (voormalig) fitgirl niet op 100% zat van vrouwen van mijn leeftijd, maar misschien wel op 125%. Dan is nu 82% toch een flinke achteruitgang!”

 

In aanvulling hierop zegt Daphne “Als ik van tevoren had geweten hoeveel positieve effecten sporten kan hebben, was ik het ook tijdens het zware traject van chemokuren blijven doen. Ook al had ik mij naar de fysio moeten sleuren.”

 

Daphne heeft tijdens haar ziekte vrouwen leren kennen die wel door hun arts zijn geadviseerd om te bewegen tijdens de behandelingen. Zij sporten in groepjes en vonden dat heel fijn. Ook al hadden ze niet veel kracht en energie, ze bleven in beweging en konden onderling ervaringen uitwisselen. Niet iedereen staat te springen om lotgenotencontact, maar voor Daphne en vele anderen zou het erg helpend en drempelverlagend zijn. De worsteling met zichzelf die ze in één van haar blogs beschrijft zou niet hebben bestaan op het moment dat ze zich onder mensen zou begeven die in hetzelfde schuitje zitten als zij:

 

“Ik zou het liefste in april weer naar mijn sportschool gaan. Maar dan zit ik waarschijnlijk midden in mijn bestralingen iedere dag. Ik weet niet of dat gaat. En ik weet niet of dat zo snel na mijn borstoperatie kan. Ligt er ook aan welke operatie ik ga krijgen. Ik denk dat mei of juni een realistischer streven is. Daarnaast is het voor mij een enorme drempel om naar mijn sportschool te gaan waar ik al 15 jaar train. Omdat ik er fysiek totaal anders uitzie. Ik kan niet trainen met mijn pruik op. Dat jeukt te erg. Ik kan trainen met een doek om mijn hoofd. Maar zo’n doek staat zo ontzettend kanker bij mij. Dat is werkelijk geen gezicht (en ik ben niet de enige die dat zegt!). Dus moet ik met mijn korte stekelhoofd. Pfffff. En dan mijn ogen. Die moet ik vrij donker opmaken. Anders heb ik zo’n blotebillengezicht zonder wimpers en haast geen wenkbrauwen. En serieus… dat is geen gezicht.”

In het tweede artikel uit onze reeks over borstkanker lees je over sporten gedurende de behandelperiode.

In het derde artikel uit onze reeks over borstkanker lees je over de nasleep van de ziekte en wat de (oedeem)fysiotherapeut hierin kan betekenen.