Operatieve ingrepen bij borstkanker

Door middel van een operatie worden de kwaadaardige cellen verwijderd. De meest toegepaste operatieve ingrepen zijn een borstsparende operatie of een borstamputatie. Soms worden ook een of meerder lymfeklieren in de oksel verwijderd. In stadium 1 of 2 is in de meeste gevallen een borstsparende operatie mogelijk. Deze is even effectief als verwijdering van de gehele borst. Daarna volgt bestraling van de gehele borst en een extra bestraling van het tumorgebied. Is de tumor relatief groot of zit er meer dan een tumor in dezelfde borst, dan wordt meestal gekozen voor mastectomie: volledig verwijdering van de borst. Als de lymfeklieren in de oksel zijn aangetast of als de tumor niet volledig is verwijderd, volgt bestraling. Er wordt gekozen voor palliatieve behandeling als de tumor niet meer operatief te verwijderen is door uitgebreide lokale groei, of bij uitzaaiingen verder dan de oksellymfeklieren. Met bestraling, hormonale therapie chemotherapie, immunomodulatoren of een combinatie hiervan wordt geprobeerd het tumor proces onder controle te houden. 30-70% van de vrouwen reageert gunstig op hormonale therapie of een combinatie van cytostatica.

Verlies aan schouderfunctie

Schouderklachten komen postoperatief vrij veel voor na borstkanker, zowel bij een borstsparende operatie als na mastectomie. Echter zijn de beperkingen van het schoudergewricht en beperkingen in ADL na een mammasectomie groter. Vlaamse onderzoekers van de Universiteit van Leuven geven daarom aan dat de fysiotherapeut zich bij deze doelgroep moet richten op verbetering van de armfunctie.

Verlies aan spierweefsel en activiteit

Muscle morbility is een veel voorkomend probleem bij de behandeling van diverse vormen van kanker. Zowel cervicale kanker, prostaatkanker als borstkanker staan hier bekend om. Vooral bij borstkanker wordt verlies aan EMG activiteit bij 3 van de 4 schouderspieren waargenomen. Dit heeft een negatief effect op de functie van de schouder. Ondanks het feit dat deze spieren niet direct aangedaan zijn door de operatie of bestraling, treedt toch op de langere termijn functieverlies op van de trapezius en de rhomboideus. Vandaar dat houdingscorrectie en het bevorderen van een normaal bewegingspatroon essentieel is. Ook de pectoralis major en minor blijken kleiner te zijn aan de aangedane zijde.

Tenniselleboog - Fysio Deurne - Fysio Jansen