In het bloed zijn witte bloedcellen te vinden, die zich bezig houden met de bescherming van het lichaam tegen bacteriën, virussen en schimmels. Als er ergens een ontsteking is leidt dat tot het wijder worden van de lokale bloedvaten, waardoor de bloedstroom vertraagd wordt. Dit geeft dan de witte bloedcellen de kans om zich door het bloedvat heen naar buiten te bewegen en daar de desbetreffende indringer aan te vallen. Het langzamer stromen van het bloed is noodzakelijk om de witte bloedlichaampjes de kans te geven om door de vaatwand naar buiten te komen.
Een vergelijkbaar voorbeeld: U kunt zich voorstellen dat als een paling aan land wil klimmen om van de ene naar de andere sloot te komen dat ook makkelijker kan vanuit een stilstaande sloot, dan vanuit een snelstromende beek.


