Laten we ter illustratie van dit verhaal het coronavirus nemen. We weten dat die een stekelig voorkomen heeft, heel anders dan jouw lichaamseigen cellen. Hij komt je lichaam binnen, klaar om met z’n tentakels de ACE-receptoren op jouw longen te grijpen om zich aan tegoed te doen. Wanneer jou dit overkomt, dan heb je heel veel pech want deze receptoren heb je nodig voor je bloeddruk en om ervoor te zorgen dat je bloedvaten niet lek raken.
Wanneer het coronavirus gewoon zijn gang kan gaan, dan ben je binnen de kortste keren verloren; verslagen door een microscopisch klein monstertje. Gelukkig heeft het virus zijn uiterlijk niet mee en wordt het direct herkend wanneer ie z’n entree maakt. Een heel scala aan processen wordt in werking gezet en door dat grove geschut is hij binnen een dag of zeven weer naar buiten gewerkt.
Het mooie aan je immuunsysteem is dat het een geheugen heeft. Wanneer je eenmaal bezoek hebt gehad van een ziekteverwekker, dan worden de antistoffen daartegen toegevoegd aan het leger dat 24/7 paraat staat. Wanneer hetzelfde virus weer op bezoek komt, dan wordt het dus al aan de deur tegengehouden. Omdat dit heel slecht nieuws is voor het voortbestaan van de van zichzelf hulpeloze eencelligen, bezitten virussen een krachtig wapen. Ze kunnen muteren. Dat geldt trouwens niet alleen voor hen, maar ook voor bacteriën, parasieten en veel andere ziekmakers. Door zich steeds een beetje anders te gedragen, worden ze niet meer herkend door jouw leger en kunnen ze ongemerkt passeren. Dit is waarom je een ziekte als corona vaker dan eens in je leven kunt krijgen.
Dat de ene persoon op de IC belandt of zelfs doodgaat door een ziekmaker terwijl de ander amper of niet merkt dat ie iets onder de leden heeft, heeft alles te maken met de conditie van het immuunsysteem. Gedeeltelijk heb je hier zelf invloed op, maar voor een belangrijk deel is het een kwestie van geluk of pech.