Iedereen krijgt te maken met het ouder worden van de bloedvaten. De binnenste laag van de wand van een bloedvat verdikt en verbindweefselt langzaam. Geleidelijk worden ook de gladde spiercellen uit andere lagen steeds meer vervangen door bindweefsel. Zo worden de vaten langzamer stijver.
Bij atherosclerose is de intima (binnenste laag van een bloedvat) van grote en middelgrote arteriën aangedaan. In die intima ontstaan atherosclerotische plaques. Deze plaques bestaan uit een kern van vetten, dode cellen en bindweefsel. Ze ontstaan doordat er een soort vicieuze cirkel op gang wordt gebracht.
De medische naam voor slagaderziekte is atherosclerose. Het voorvoegsel ‘athero’ gaat terug op het Griekse athèrè, dat brij of pap betekent. Het tweede deel, ‘sclerose’, betekent weefselverharding. Atherosclerose is dus de opeenhoping van een zachte papachtige brij in de slagaderwand waardoor de elasticiteit van die wand minder wordt.
Door de plaques kan de doorgang van een slagader aanzienlijk nauwer worden, maar dat geeft in het begin geen klachten. Pas als de diameter van de doorgang met de helft is afgenomen, ofwel anders gezegd 50 procent of meer is vernauwd, ontstaan er problemen.
