De werkwijze van de fysiotherapeut in de geriatrie

De normale fysiologische achteruitgang
De levensfase waarin ouderen zich bevinden vraagt om acceptatie van de fysieke achteruitgang. De fysiotherapeut in de geriatrie dient op de hoogte te zijn van de normale fysiologische achteruitgang van de orgaanfuncties aangezien deze invloed kunnen hebben op de therapie.De doorbloeding en de bezenuwing van de organen verminderen met de jaren. De orgaanfuncties gaan stapsgewijs achteruit en dit heeft fysieke en mentale gevolgen die het zelfstandig functioneren van de oudere kan beletten.De nierfunctie gaat achteruit en dit heeft als gevolg dat het bloed minder gezuiverd wordt van creatinine. Ook de leverfunctie gaat achteruit door een afname van 25% volume en een doorbloedingsvermindering van 33%. Dit heeft als gevolg dat in het lichaam na inname van de medicatie 15% tot 45% van de werkende stof terug te vinden is in de Vena portae.Het endocrien stelsel is verstoord bij ouderen. Bij vrouwen na de menopauze wordt er geen oestrogeen meer aangemaakt. Bij mannen neemt het testosterongehalte met 50% af tussen het 25ste levensjaar en 100ste levensjaar. Dit heeft nadelige gevolgen de aanmaak en behoud van spierweefsel.De adrenerge reactie van het hart is verzwakt en dit heeft een lagere maximale hartfrequentie als gevolg. De elasticiteit van het hart en de slagaders neemt af en dit heeft een slechte hartvulling, hogere bovendruk en een lagere onderdruk als gevolg. De elasticiteit, aantal longblaasjes, mucusproductie, trilhaarmortiliteit en hoestreflex verminderen naar mate men ouder wordt. Dit heeft invloed op de zuurstofopname van de ouderen. De botmassa neemt af bij ouderen en hierdoor is een lichte klap of een val genoeg om een botbreuk te veroorzaken.Ouderen slapen minder diep wat nadelig kan zijn voor het fitheidsgevoel en het herstel van de fysieke therapie. De visus en het gehoor gaan met de jaren achteruit. (1)Rekening houden met de wensen en behoeften van ouderenIk ben van mening dat we rekening moeten houden met de wensen en behoeften van de ouderen zelf. Ouder worden is een individueel ontwikkelingsproces. Persoonlijkheid, levensloop, fysieke en sociale omstandigheden zijn daarin bepalend.Sommige ouderen zijn tevreden wanneer ze zich kunnen terugtrekken, terwijl anderen betrokken wensen te blijven bij het geheel. De ouderen geven vorm aan wat zij zelf ervaren als een kwaliteitsvol leven.De deelnemers aan de “Leiden 85-plus studie” vonden optimaal functioneren belangrijk om succesvol oud te kunnen worden. Zij beschouwden het hebben van sociale contacten als de belangrijkste voorwaarde voor hun welbevinden. Het vermogen om zich te kunnen aanpassen aan beperkingen is essentieel om tevreden te kunnen blijven met hun leven. (2)PreventieIn het volksgezondheidsmodel worden drie vormen van preventie onderscheiden.

Ziektepreventie [1] zijn maatregelen gericht op het ontstaan van specifieke ziekten of vroegtijdige opsporing daarvan. Gezondheidsbescherming [2] zijn algemene maatregelen zoals de aanleg van goede riolering, veilig drinkwater, verkeersveiligheid en goede huisvesting. Gezondheidsbevordering [3] zijn maatregelen gericht op het gezonder maken van ons gedrag.(3)

Gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren bij ouderen

Ziekten bij ouderen kunnen leiden tot beperkingen in het dagelijks functioneren, in de mogelijkheid mobiel te blijven, in het participeren in sociale netwerken, in de mogelijkheid om mantelzorg te verlenen aan een zieke partner. (4) Preventie van secundaire veroudering heeft positieve gevolgen voor de gezondheid. Het is van belang om als fysiotherapeut de 65- plus patiënten en/of de verzorgers te stimuleren, adviseren en voor te lichten om de leefomstandigheden en gedrag van de patiënt te verbeteren, om gezondheidsklachten positief te beïnvloeden en/of te voorkomen.

Lichaamsbeweging

Onvoldoende lichaamsbeweging is een probleem bij ouderen in Nederland. Volgens de cijfers van Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen voldoet 53% van de 65+-ers aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Fysieke therapie wordt tegenwoordig veelvuldig toegepast bij ouderen tijdens de fysiotherapie. Fysiek actief zijn heeft bij ouderen een zeer positief effect op de gezondheid. (5)

Wij adviseren ouderen om twee keer per week progressieve weerstandstraining uit te voeren. (6) Dit zal positief effect hebben op kracht, wandeltempo en de afstand tijdens een 6 minuten wandeltest. (7)Daarnaast adviseer ik ze minstens 150 minuten van matige intensiteit aërobe activiteit (3-6 MET) of ten minste 75 minuten van krachtige intensiteit aërobe activiteit (6+ MET)gedurende de week uit te voeren in periodes van minimaal 10 minuten. De aerobe training heeft een positieve invloed op het uithoudingsvermogen en fitheidsgevoel van ouderen.

Ouderen met een slechte mobiliteit adviseren we om valtraining te gaan volgen. Dit verminderd de kans op vallen en wanneer ze vallen weten ze hoe ze het beste en/of makkelijkste weer kunnen opstaan. Tevens adviseren wij de ouderen om zo fysiek actief mogelijk te zijn. Wanneer ze de beweegadviezen opvolgen voldoen ze aan de NNGB. Er blijkt een belangrijke samenhang te bestaan tussen een hoge mate van activiteit, onafhankelijkheid, positieve stemming en welbevinden.

Positieve gevolgen van het fysiek actief zijn:preventie van hart- en vaatziekten, aanpassing lichaamssamenstelling met vermindering van lichaamsvet en sarcopenie, preventie van type 2 diabetes, preventie van beroerte, verlagen van de bloeddruk, vermindering van de piek zuurstofopname (V02max) leeftijd gerelateerde daling, preventie van darmkanker en borstkanker, preventie van een heupfractuur, preventie van vallen, mogelijke cognitieve voordeel met reductie bij dementie incidentie, voordelen op kracht en spierfunctie bij zeer oude mensen en kwetsbare ouderen. (5)

Ouderen hebben barrières en drijfveren in het intrapersoonlijk, interpersoonlijk en maatschappelijk domein om fysiek actief te zijn. Barrières uit onderzoek en die ik vaak in de praktijk hoor zijn: geen tijd, te moe, geen motivatie, saai, de kosten, geen sportpartner en bang voor blessure. Drijfveren uit onderzoek en die ik vaak hoor in de praktijk zijn: betere gezondheid, minder pijn, gratis of lage kosten en leuk contact met de instructeurs. (8)

Er zijn weinig fysiek actieve 65+ rolmodellen. (8) Ze zouden naar mijn mening gebuikt moeten worden voor gezondheidsbevorderend gedrag te stimuleren bij ouderen in ziekenhuizen, verpleeghuizen, dagbestedinglocaties, sportscholen, enzovoort.

Slechte gewoontes en gezonde voeding

Als fysiotherapeut in de geriatrie probeer ik invloed uit te oefenen op exogene factoren van veroudering bij mijn patiënten. Ik probeer in samenwerking met de ouder en/of verzorgers de omgevingsfactoren en de leefstijl van de ouder positief te veranderen. Slechte gewoontes zoals roken en hoog alcoholgebruik raad ik ouderen af. Roken is een van de belangrijkste oorzaken van het ontstaan van hart- en vaatziekten, maar ook van COPD, astma, maligniteiten en ziekten van het maag-darmstelsel. (13) Meer dan matig gebruik van alcohol leidt tot een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. (3)

Educatie over gezonde voeding is gewenst en zeer belangrijk bij ouderen. Ouderen dienen het verschil te kennen tussen goede en slechte voeding. Een gezond voedingspatroon bestaat uit: volle granen, veel groenten, veel fruit, olie, weinig dierlijk vet op vis na, veel calcium, weinig zout en weinig suiker. Uit onderzoek bleek dat calorie restrictie een positief effect had op de bloeddruk, insuline gehalte, cholesterol, glucose gehalte en de hoeveelheid witte bloedcellen. De gezondheid verbeterde bij mensen en bij apen die een beperkte calorie inname hadden. (10) (11) Calorierestrictie bij apen had als effect dat ze op oudere leeftijd stierven vergeleken met apen met een normale inname van calorieën.(12)

Wij adviseren om de calorieën te beperken met als gevolg dat men slanker/fitter wordt en blijft. Tevens adviseren wij een alcohol inname van 20 gram per dag aangezien uit onderzoek blijkt dat het de goede cholesterol (HDL) verhoogt, het beschermt tegen hart- en vaatziekten en het heeft een lager sterfterisico. (3) (9)

 

Bronvermelding:

 

  1. PowerPoint op de SOMT:Mets, T. (2014). Hoorcollege orgaanfuncties SOMT 2M6. Geraadpleegd op 30 september 2014, van https://somtel.sharepoint.com/MFG/2MFG13/Documenten/Module%2006/Lespresentaties/SOMT%202M6%20Orgaanfuncties.pdf
  2. 44 Bootsma-van der Wiel, A., et al. (2004) Succesvol oud op hoge leeftijd; de ‘Leiden 85-plus Studie’, Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148:985-90
  3. De Jongh, T.O.H., et al. (2009) Praktische preventive, Houten: Bohn Stafleu van Loghum
  4. Ingrid Doorten (2012) De sociale dimensie van ouder worden, Den Haag: Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  5. Vogel, T., et al. (2009) Health benefits of physical activity in older patients: a review., Int J Clin Pract. 63(2):303-20
  6. Bautmans I, Van Puyvelde K, Mets T. (2009) Sarcopenia and functional decline: pathophysiology, prevention and therapy. Acta Clin Belg., Jul-Aug 64 (4) 303-16
  7. Latham, N.K., Et al., (2004) Systematic Review of Progressive Resistance Strength Training in Older Adults, Journal of Gerontology, Vol. 59A, No. 1, 48–61
  8. Baert, V., et al. (2011) Motivators and barriers for physical activity in the oldest old: a systematic review., Ageing Res Rev. 10(4):464-74
  9. Elles Lailieu (2012) Aging: Jong, oud en eeuwig, Schoonhoven: Bertram de Leeuw Uitgevers
  10. Walford, R.L., et al. (2002) calorie restriction in biosphere 2: alternations in physiologic, hematologic, hormonal and biochemical parameters in humans restricted for 2-year period, Journal of gerontology 57:6 211-224
  11. Weindruch, R., Sohal, R.S., (1996) Oxidative stress, caloric restriction, and aging, Science 273 (5271): 59-63
  12. Colman, R.J., et al (2009) Caloric restriction delays disease onset and mortality in rhesus monkeys, Science 325 201
  13. Chavannes, N.H., et al. (2007) NHG-Standaard stoppen met roken. Huisarts wet 50(7):306-14