Diuretica (plasmiddelen)

Door het gebruik van diuretica verliest men vocht. Plasmiddelen zijn werkzaam in de nieren. Door het verlies van extra vocht met de urine wordt het bloedvatensysteem minder gevuld waardoor de bloeddruk omlaag gaat. Bovendien wordt het hart enigszins ontlast, doordat het niet zoveel bloed hoeft rond te pompen.

Er zijn verschillende soorten: zwakwerkende (thiaziden), sterkwerkende (lisdiuretica) en kaliumsparende diuretica.

De zwakwerkende diuretica hebben slechts een gering ontwaterend effect. Ze worden gebruikt bij hoge bloeddruk en chronisch hartfalen (decompensatio cordis).

De sterkwerkende diuretica hebben een snelle krachtige werking. Ze worden daarom vaak voor korte tijd gebruikt. De kaliumsparende diuretica hebben slechts een beperkt ontwaterend effect. Deze groep is belangrijk als in het lichaam een te laag kaliumgehalte dreigt te ontstaan. Ze worden vrijwel altijd in combinatie met een ander plasmiddel gegeven.

Mogelijke bijwerkingen

Zwak werkende diuretica (thiaziden)
In het begin van de behandeling kan men last hebben van duizeligheid, verminderde eetlust, maagpijn, diarree en minder zin in seks. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als het lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Sterk werkende diuretica
In het begin van de behandeling kan men last hebben van duizeligheid, hoofdpijn en buikpijn. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als het lichaam gewend raakt aan het geneesmiddel.

Kaliumsparende diuretica
In het begin van de behandeling kan men last hebben van misselijkheid, buikkrampen, diarree en hoofdpijn

Middelen

Zwak werkende

  • hydrochloorthiazide
  • chloortalidon
  • indapamide (Fludex®)

Lisdiuretica

  • bumetanide (Burinex®)
  • furosemide (Lasix®)

Kaliumsparende diuretica triamtereen

  • spironolacton (Aldactone®)
  • eplerenon (Inspra®)

Combinatie kaliumsparend met thiazidediureticum

  • triamtereen-hydrochloorthiazide (Dytenzide®)
  • triamtereen-epitizide (Dyta-Urese®)
  • amiloride-hydrochloorthiazide (Moduretic®)